Joost en z’n eerste wedstrijd

Fanzone

omhoog
101 users have voted.

Joost was net zeven geworden en had sinds kort z’n zwemdiploma’s gehaald. Marjolein en Arjen, de ouders van Joost, vonden het daarom tijd worden om hem lid te maken van een sportvereniging. Sporten, zo redeneerden zij, was goed voor Joost, omdat hij toch wel een beetje last heeft van wat  overgewicht ten opzichte van leeftijdgenootjes, maar ook omdat hij niet echt gezegend is met een fijne motoriek. Joost is echt een superlief kind en doet het best redelijk op school, maar door hem aan een teamsport te laten deelnemen, zou hij zijn sociale vaardigheden nóg beter kunnen ontwikkelen. Daarnaast vonden zijn ouders het ook belangrijk om hem te leren winnen, verliezen en om respect bij te brengen voor z’n tegenstanders in het spel.

Marjolein en Arjen waren sinds de verhuizing naar Niemandsdal, vrijwilliger geworden bij vv S.S.W.S. (Samen Staan We Sterk). Het was de enige sportvereniging in het dorp (250 leden), waar ze makkelijk zouden kunnen integreren in de kleine gemeenschap. Zij helpt al zes jaar achter de bar en Arjen had zich vijf jaar geleden tijdens de jaarvergadering laten overhalen om in het jeugdbestuur plaats te nemen als ‘materiaalman’.

Joost was op 13 augustus al de hele dag wat zenuwachtig geweest. Z’n juf op school had het ook gemerkt: “Joost, let eens een beetje op. Vanavond is je eerste training pas, hé?!”. “Ja, juffrouw” had hij nog gemompeld, maar in z’n gedachten was hij al op het trainingsveld, doelpunten aan het maken in z’n iets te strakke Barcelona-Messi-shirt met rugnummer 10 achterop.

Eindelijk mocht hij om 18.00 uur op woensdagavond mee naar het voetbalveld om te gaan trainen. Z’n nieuwe gele Adidasjes, stonden hem erg leuk. Oma maakte zelfs een foto van hem; met een brede lach op z’n snoetje…

Joost werd heel aardig begroet door de vrijwillige trainer, die er alles aan deed om Joost op z’n gemak te laten voelen. Trainer René, die al een aantal jaren in het eerste elftal speelde,  zag direct aan Joost dat hij niet echt motorisch voldeed aan het beeld van de ideale speler van het 1e elftal, maar de voetbalspelletjes die hij met de kinderen deed, werden erg leuk gevonden door Joost. In het afsluitende partijtje raakte Joost precies één bal, toen hij een schot van Harm uit het doel hield via een wat spastische reactie van z’n been, toen hij z’n gezicht wegdraaide van het verwachte ‘verwoestende’ shot van Harm. Z’n ouders lagen wel een beetje in een deuk met de andere ouders, want het zag erg erg aandoenlijk uit, maar ze juichten hartelijk langs te lijn voor zijn ‘redding’. Joost was erg trots op z’n prestatie en de volgende dag vertelde hij tegen z’n juf, dat zijn team op de training had gewonnen vanwege zijn ‘schitterende redding’.

Joost vond de trainingen erg leuk en hij had de afgelopen drie weken ook al wat ‘speelafspraakjes’ gemaakt met kinderen van zijn voetbalclub op woensdagmiddag. Joost was ook vaak samen met z’n vader naar de club gefietst om op zaterdag de oefenwedstrijden van het 1e elftal te bezoeken, die zich voorbereidde op een nieuw seizoen. Hij kende er al best veelspelers van; zeker vijf, waaronder z’n buurjongen. Op de club waren dan vaak ook andere kinderen, die hij kende van de mini’s. Joost, droomde vaak tijdens die wedstrijden over zijn eerste wedstrijd in het clubtenue; wanneer mocht hij nou eens écht voetballen op dat grote veld?

Zaterdag 18 september 2017: Joost z’n eerste wedstrijd.

Het was zovér, Joost was ingedeeld in een team, samen met Willem van Schaaijk, de zoon van de plaatselijke kroegbaas. Willem was op school nogal ‘lastig’ en vaak betrokken bij kleine pesterijtjes of ruzies. Dat had hij niet van een vreemde, want z’n vader, Kees van Schaaijk, stond vroeger bekend als de ‘Beuk van Niemandsdal’…daar moest je op de kermis geen ruzie mee krijgen!  De ouders van Joost hadden tevergeefs aan de jeugd coördinator gevraagd of Joost niet met iemand anders kon spelen, maar Joost en Willem waren als laatste aangemeld bij de club en dus moesten ze samen een team vormen. Joost en Willem waren gehuld in een shirt van de club, dat ze nog hadden van de oude JO9-5, maar Willem had nog geen verenigingsbroekje aangeschaft en speelde dus in z’n zwembroek, die wel wat had van een ouderwetse voetbalbroek.

De tegenstanders van vandaag waren met twee ouders uit Schoonrewoerd gekomen, maar die twee jongens zagen er toch wat professioneler uit; geheel zwart/rood clubtenue en duidelijk was te zien dat die al wat vaker hadden getraind. Eentje stond de bal al 6 keer hoog te houden voor aanvang van de wedstrijd; hij had echt wel door dat de vier ouders en de ‘spelbegeleider’ naar hem stonden te kijken. Hij deed het erom! Het veldje was ’s-ochtends uitgezet met pionnen door de vader van Joost, want het was binnen de club eigenlijk niet duidelijk wie daar nou verantwoordelijk voor was. Hij had dit tevens gedaan voor de negen andere wedstrijdjes, die er die dag zouden worden gespeeld. Niet op alle veldjes stonden twee doeltjes, maar dat werd dan maar opgelost met doeltjes gemaakt door twee grotere pionnen, die ze van ene Herman hadden gekregen, die bij de wegenwacht werkte. Joost en Willem stonden zenuwachtig bij hun twee pionnen te wachten tot de ‘wedstrijd’ eindelijk zou beginnen. Willem had al wat vaker met de mini’s meegetraind en had zelfs meegedaan met schoolvoetbal. Z’n juf had hem toen wel even moeten wisselen, omdat zijn slidings de andere kinderen soms pijnlijk op de broze enkeltjes raakte. Hij kon duidelijk niet zo goed tegen z’n verlies, wat ze op die leeftijd ook nog wel moeten leren natuurlijk.

Na 10 minuten, was het eindelijk rust. Joost en Willem hadden de bal eigenlijk alleen geraakt bij het uit het doel halen van de bal. Als de KNVB dát bedoelde met ‘meer balcontact’, dan was de missie geslaagd! Maar de 0-13 was bij de 0-6 al een paar keer teveel geworden voor Willem en dat liet hij Joost ook weten door steeds tegen hem te roepen dat hij “eens z’n kreupele been moest uitsteken”, als de rood/zwarte machine op hen afkwam. Zowel de ouders van de tegenpartij als de ouders van Joost (de ouders van Willem konden niet komen) vonden het ontzettend zielig voor Joost. De ouders van de tegenpartij had al opgemerkt om er nu mee te stoppen, want “hier leerden ze niets van”. Voordat de ouders het doorhadden had de ‘spelbegeleider’, een jeugdspeler van JO15-3 die 08.30 uur eigenlijk veel te vroeg vond, het spel weer aangevangen. Joost en Willem hadden zich steeds meer tussen hun eigen pionnen opgehouden en konden alleen maar wachten totdat de  spelbegeleider het eindsignaal had gegeven. Willem had na de 0-26 nog wel huilend een vieze schop gegeven aan een van de goede tegenstanders, maar de ‘spelbegeleider’ wist niet goed wat hij daaraan moest doen? Weet hij veel, hij is zelf ook pas 13 jaar oud! De penalty’s na de wedstrijd, zoals ze dat vorig seizoen nog deden, werden niet meer genomen dit seizoen, terwijl de jongens van een verliezend team op die leeftijd daar nog wel enige voldoening uit kunnen halen. Zou nu ook niet meevallen om te regelen zonder keepers in deze ‘spelvorm’.

Joost moest na afloop huilen en ook bij Willen rolden de tranen over zijn wangen; bij Willem was het echter van woede en riep nog naar Joost “Watje, dit komt door jou joh, loser!”, voordat hij bij ome  Karel in de auto stapte.

Het was stil in de auto, toen Joost en z’n vader terug naar huis reden. Arjen probeerde het nog wel: “die ene bal had je bijna tegengehouden hé?” en “Toen jullie bijna bij hun doel waren, dacht ik dat Willem ging scoren”, maar hij kreeg geen reactie. Na vier minuten stilte, zei Joost snikkend: “Papa, ik denk niet dat ik voetballen zo leuk vind, mag ik er mee stoppen?”. “Dat denk ik wel jongen, je moet een sport wel leuk vinden”, zei z’n vader. “Wellicht gaan je moeder en ik wel met je mee naar een andere sportvereniging. Zullen we eens gaan kijken bij de korfbalvereniging in het dorpje hiernaast? Daar speel je met een meerdere kinderen samen!”. “Ja, graag, pap”, antwoorde Joost opgelucht.

 

De Reporter

 

Ps1. Als de ondoordachte plannen, gebaseerd op een volledig subjectief onderzoek van incompetente ‘sportkenners’, voor het jeugdvoetbal van de KNVB doorgaan, zullen er veel meer van dit soort verhalen de kop opsteken. Vergeten wordt gemakshalve, dat er met elk jeugdlid, ook een aantal potentiele vrijwilligers zullen verdwijnen, waar we er al zo weinig van hebben. Toptalenten, zullen er wellicht beter van worden, alhoewel je de spelvormen beter op trainingen kunt oefenen, maar de mindere goden zullen stoppen met voetballen. Als het leuk zou zijn om een ‘wedstrijd’ te gaan kijken tussen 4 jeugdspelers, was het enorm druk geweest tijdens de trainingen, maar dat is dus ook niet zo. Vergeet niet wie de contributie betaald en dus ook de salarissen van de KNVB-bobo’s; niet alleen de ‘talentjes’!

Kleine voetbal verenigingen zullen omvallen, omdat ze het financieel niet meer rond krijgen, maar er er zijn nog veel meer redenen op te noemen, waarom dit een slecht beleid is in het amateurvoetbal. Dat wil ik overigens best mondeling even toelichten, want het is al zo’n lap tekst geworden!

Ps2. Bovenstaande is de mening van een individu en niet de mening van onze prachtige vereniging!